Robbert: Welkom bij Hermoth-Nieuws, waar de grote vragen niet worden ontweken — wie heeft de macht, wie betaalt de rekening, en waarom zijn die twee zelden dezelfde persoon.
Lotte: Vandaag kijken we naar stukken van hermoth-industries over hoe geld en banken de geschiedenis hebben gevormd, hoe het onderwijs ons voorbereidt op gehoorzaamheid, en wat slimme technologie eigenlijk bijhoudt. Laten we beginnen met het geldsysteem.
Van ruilhandel tot bankiersdynastie
Robbert: De vraag die dit segment aandrijft is eigenlijk heel oud: wie heeft er nu echt de macht — de koning die regeert, of de bankier die de rekening betaalt?
Lotte: Het geldsysteem legt de historische basis. Al bij de eerste munten begon de uitholling: “De koning kocht een bepaalde hoeveelheid goud, smolt dit en maakte daar op basis van mallen muntstukken van, met exact hetzelfde gewicht. Die munten werden dan verkocht aan de waarde van hun gewicht in goud plus een winstmarge voor de uitgever van de munt.”
Robbert: Wat dat betekent in de praktijk: de munt was duurder dan het goud erin. En bij de volgende uitgifte zat er minder goud in voor dezelfde prijs. Dat is niet alleen de geboorte van inflatie — het is de geboorte van het systeem.
Lotte: Vanaf daar loopt het verhaal rechtlijnig door. Koningen hadden legers nodig, bankiers hadden rendement nodig, en het volk betaalde altijd de belasting. Of de koning won of verloor, de lening moest terug. De conclusie is scherp: de bank wint altijd.
Robbert: En niet alleen militair. Bankiers die leningen niet terugkregen in goud, namen gronden. Of een huwelijk met de kroonprins. Zo werden bankiers koningen — maar vergaten nooit dat ze bankiers waren.
Lotte: Het bancaire systeem brengt die hiërarchie naar het heden. Boven de gewone banken staan zakenbanken, daarboven nationale banken, daarboven centrale banken als de ECB en de FED, en helemaal bovenaan de BIS — de Bank for International Settlements. Voorzitters van alle nationale en centrale banken komen er om de twee maanden bijeen. Wat er besproken wordt, is niet bekend.
Robbert: Niet onbekend omdat het saai is. Onbekend omdat er nooit over bericht wordt — ook niet in de financiële pers, die normaal elke ECB-persconferentie uitgebreid verslagen.
Lotte: De Rothschildeconomie voegt daar een economische laag aan toe. Die post stelt dat de hele huidige economie gebouwd is op schuld en rente, en dat dit systeem al sinds de achttiende eeuw functioneert. Het alternatief dat daar wordt geschetst is een economie zonder rente, met coöperatieve bedrijfsstructuren en een transactiebelasting in plaats van belasting op arbeid.
Robbert: En het volk? Dat leent voor een huis, een auto, alles — en zolang die lening loopt, doet het wat de bankier wil. De cirkel is rond.
Lotte: Volgende vraag is dan hoe je mensen zover krijgt dat ze dit systeem als normaal beschouwen. En daar komt het onderwijs om de hoek kijken.
Gehoorzame leerlingen, nuttige slaven
Robbert: De vraag in dit segment is niet of het onderwijs indoctrineert, maar hoe vroeg het begint en hoe diep het gaat.
Lotte: Het onderwijssysteem beschrijft het al in de kleuterklas: “Het eerste wat het kind in de kleuterschool geleerd wordt is gehoorzamen.” Wie braaf is wordt beloond, wie dat niet is wordt bestraft — en dat patroon zet zich decennialang voort.
Robbert: In de praktijk betekent dit dat de meest gehoorzame leerlingen het verst komen in het systeem, het meest geïndoctrineerd zijn, en vervolgens de grootste verdedigers van dat systeem worden. Het systeem beloont hen daarvoor royaal.
Lotte: Het bedrijvensysteem sluit daar naadloos op aan. Wie als werknemer of leverancier niet meedoet aan de agenda van grote bedrijven — inclusiviteit, duurzaamheidslabels, woke-thema’s — riskeert geen promotie of zelfs ontslag. De druk stroomt van beurs naar bedrijf naar werkvloer.
Robbert: Vrijwillig, uiteraard. Vrije meningsuiting wordt volledig gerespecteerd. Zolang je er geen gebruik van maakt.
Lotte: En wie de technologie beheerst waarmee al dat gedrag gemonitord kan worden, heeft nog een extra hefboom. Dat brengt ons bij de volgende laag.
SMART staat niet voor slim
Robbert: Het woord SMART heeft ons taalgebruik binnengedrongen als synoniem voor handig en modern. Maar de post over smart-technologie legt uit dat het een acroniem is: Surveillance, Monitoring, Analysis, Reporting, Technology.
Lotte: De smart meter is het concrete voorbeeld: “Die smart meter monitort uw energieverbruik. Deze gegevens worden doorgestuurd waardoor ze kunnen geanalyseerd worden door ze in rapporten te gieten.” In Italië bestaat al wetgeving die energieverbruik per tijdstip reguleert — met een smart meter wordt zo’n wet handhaafbaar vanop afstand.
Robbert: Wat dit in de praktijk betekent: niet jij beslist wanneer je verwarming aanstaat. Dat is geen sciencefiction meer zodra de infrastructuur er ligt.
Lotte: Het stuk over prijsstijgingen en kunstmatige schaarste plaatst dat in een breder patroon. Energieprijzen stegen al voor de Russische inval in Oekraïne, grondstoffenmarkten worden gemanipuleerd, en globalisering heeft afhankelijkheden gecreëerd die nu als hefboom dienen. Schaarste is niet altijd toevallig.
Robbert: Wees dus slim, zegt de post letterlijk, en weiger SMART.
Lotte: Wat al deze stukken verbindt is één mechanisme: wie de infrastructuur beheert — geld, onderwijs, technologie — bepaalt de spelregels.
Robbert: En de volgende keer gaan we kijken of er nog iets is waar ze nog geen infrastructuur voor hebben. Spoiler: waarschijnlijk niet veel.
Wegens veiligheidsoverwegingen hebben we computerstemmen gebruikt om de korte podcast te voeren.





Plaats een reactie